Aanleiding daarvoor is een uitspraak van de Hoge Raad van 27 februari. Die uitspraak maakt duidelijk dat het bewijsvermoeden niet mag leiden tot een te automatische weigering van fiscale faciliteiten bij zakelijk ingegeven herstructureringen. In deze blog leggen wij uit wat het bewijsvermoeden inhoudt, wat de Hoge Raad heeft beslist en welke wijziging wij met Prinsjesdag verwachten.
1. Wat houdt het bewijsvermoeden in?
Het bewijsvermoeden is een wettelijke regel die de bewijslast in bepaalde situaties feitelijk bij de belastingplichtige legt. Kort gezegd: als binnen een bepaalde periode na een onbelaste herstructurering aandelen worden verkocht of een onderneming wordt vervreemd, wordt vermoed dat de herstructurering niet in overwegende mate is ingegeven door zakelijke motieven.
Dat vermoeden kan grote gevolgen hebben. Als onvoldoende kan worden aangetoond dat de herstructurering zakelijk was, kan de fiscale faciliteit alsnog worden geweigerd of teruggenomen. Mogelijk moet de belasting die door de doorschuifregeling of vrijstelling juist werd uitgesteld of voorkomen, dan alsnog worden betaald. In de praktijk leidt dit bewijsvermoeden vooral tot onzekerheid bij herstructureringen waarbij kort daarna een verkoop, toetreding van een investeerder of overdracht van aandelen plaatsvindt.
Belangrijk is dat het bewijsvermoeden geen absoluut verbod inhoudt. De belastingplichtige kan tegenbewijs leveren. Dat betekent dat met feiten en documenten aannemelijk moet worden gemaakt dat er zakelijke redenen waren voor de herstructurering, zoals vereenvoudiging van de groepsstructuur, beperking van aansprakelijkheid, voorbereiding op samenwerking, financiering, bedrijfsopvolging of verbetering van bestuurbaarheid.
2. Wat heeft de Hoge Raad beslist?
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het bewijsvermoeden op grond van Europese regelgeving niet verder mag gaan dan noodzakelijk is om misbruik te bestrijden. Een wettelijke regeling mag helpen om kunstmatige of fiscaal gedreven constructies tegen te gaan, maar mag niet tot gevolg hebben dat reële, zakelijk ingegeven herstructureringen te snel worden getroffen.
De kern is dat de Belastingdienst niet uitsluitend mag leunen op het enkele feit dat na een herstructurering binnen een bepaalde termijn (drie jaar) een verkoop of vervreemding plaatsvindt. Er moet ruimte blijven voor een inhoudelijke beoordeling van alle omstandigheden. Daarbij gaat het onder meer om de vraag waarom de herstructurering is uitgevoerd, wat de bedrijfseconomische redenen waren en of de latere verkoop of overdracht tijdens de herstructurering al concreet voorzienbaar was.
Voor de praktijk is vooral belangrijk dat de Hoge Raad benadrukt dat de zakelijkheid van een herstructurering niet automatisch wordt ontkracht door een latere transactie. Een onderneming kan immers eerst zakelijk worden geherstructureerd en pas daarna worden geconfronteerd met een verkoopkans, toetredende investeerder of gewijzigde omstandigheden. Het bewijsvermoeden mag in die gevallen niet leiden tot een te harde of automatische sanctie.
3. Welke wijziging verwachten wij?
De verwachting is dat het kabinet op Prinsjesdag met een wetsvoorstel komt om het bewijsvermoeden te schrappen of in elk geval te wijzigen. De wetgever zal daarbij zoeken naar een regeling die misbruik blijft bestrijden, maar beter aansluit bij de ruimte die de Hoge Raad vraagt voor zakelijke herstructureringen.
Een eerste optie voor aanpassing is dat het huidige automatische bewijsvermoeden wordt vervangen door een meer gerichte toets. Daarbij zou niet alleen worden gekeken naar het tijdsverloop tussen herstructurering en verkoop, maar ook naar de concrete feiten: was de verkoop al voorbereid, was er al een koper in beeld, was de herstructurering noodzakelijk voor de transactie, of bestonden er zelfstandige zakelijke redenen?
De tweede mogelijkheid die de wetgever kan inzetten is dat het bewijsvermoeden niet volledig wordt afschaft, maar de tegenbewijsregeling verduidelijkt. In dat geval blijft de belastingplichtige verplicht om de zakelijke motieven goed te onderbouwen, maar wordt voorkomen dat het enkele plaatsvinden van een latere verkoop doorslaggevend is.
Wat betekent dit voor u?
Voor ondernemers en familiebedrijven blijft het belangrijk om bij een herstructurering vooraf goed vast te leggen waarom de gekozen structuur zakelijk noodzakelijk of wenselijk is. Denk aan notulen, memo’s, waarderingen, financieringsdocumentatie, correspondentie met adviseurs en een duidelijke beschrijving van de beoogde bedrijfsdoelen.
Wordt na een herstructurering alsnog een verkoop of overdracht overwogen? Dan is het verstandig om op tijd te laten beoordelen of de fiscale faciliteit nog steeds veilig kan worden toegepast en welke documentatie nodig is om zakelijke motieven aannemelijk te maken.
Heeft u plannen voor een herstructurering, bedrijfsopvolging of verkoop van uw onderneming? Neem dan op tijd contact op met uw adviseur. Wij denken graag met u mee over de fiscale gevolgen, de toepassing van de faciliteiten en de documentatie die nodig is om zakelijke motieven goed vast te leggen.